Over het dorp Otterlo(o) sinds 855

 

Otterlo is een esdorp in de Nederlandse gemeente Ede, provincie Gelderland. Het dorp en het omliggende buitengebied heeft 2380 (2006) inwoners.

Op 1 januari 1812 werd Otterlo als zelfstandige gemeente van Ede afgesplitst. Onder deze gemeente vielen ook de dorpen Deelen en Harskamp en de buurtschappen Eschoten, Hoog-Baarlo, Mossel, Nieuw-Reemst, Oud-Reemst en Westeneng( bij Harskamp).Bij het kadaster is dit gebied nog steeds bekend als kadastrale gemeente Otterlo. Op 1 januari 1818 werd deze gemeente al weer bij Ede gevoegd.

In 1955 werd het 1100-jarig bestaan en in 2005 werd het 1150-jarig bestaan van het dorp Otterlo gevierd.

Herkomst van de naam

Het achtervoegsel lo, afgekort van loo, is een historische benaming voor een bos.

De naam van de plaats Otterlo werd in het verleden ook wel geschreven als Otterloo. Deze twee namen werden afwisselend gebruikt. Dit is nog terug te zien op oude ansichtkaarten.

Bezienswaardigheden

Vlakbij Otterlo ligt het Nationaal Park De Hoge Veluwe. Ook bevindt zich hier één van de ingangen van dit park. Het in het park gelegen Kröller-Müller Museum, genoemd naar Helene Kröller-Müller, heeft een aanzienlijke collectie schilderijen van onder andere Vincent van Gogh, alsmede een gerenommeerde collectie beeldhouwkunst in het Beeldenpark van het Kröller–Müller Museum. Daarnaast bevindt zich in Otterlo het Nederlands Tegelmuseum en het Rode Kruismonument.

Langs de Planken Wambuisweg richting Ede bevindt zich aan de rechterkant het Uitkijkpunt Valenberg.

 

Artikel uit het Lunters Nieuwsblad van 14 juli 1955 

Otterlo bestaat 1100 jaar

BEGIN SEPTEMBER DRIE DAGEN FEEST

 

Het vriendelijke dorpje Otterlo is de laatste tijd nogal eens “in het nieuws” geweest.

Het afscheid van meester Engelen, nu al weer enkele maanden geleden, en het heengaan van dokter Beumer als practiserend arts waren voor deze kleine gemeenschap gebeurtenissen van veel belang en wij hebben dan ook niet nagelaten daarvan in onze nieuwskolommen uitvoerig melding te maken.

Toch waren dit nog maar kleinigheden vergeleken bij de grote gebeurtenissen die Otterlo nog te wachten staan gedurende de eerste drie dagen van September 1955 als de Otterlose bevolking het elfhonderdjarig bestaan van haar woonplaats gaan herdenken met een feest, dat zal klinken als een klok.

Al maanden is een comité aan het werk om de voorbereiding van dit feest te verzorgen. De bekende kunstschilder-glazenier Wim Mulder is voorzitter van dit comité, de heer H. Brunekreef secretaris en de heer J. Beumer Wzn penningmeester. Verder hebben er zitting in de heren C. Engelen, P. Brons, G.J. van Voorst en A.L. Jonkers.

 

MEER DAN ELF EEUWEN

 

Als men iets over de geschiedenis van Otterlo wil weten komt men vanzelf bij meester van Engelen terecht. Hij heeft niet alleen zelf ongeveer een halve eeuw van deze geschiedenis meegemaakt, maar bovendien heeft hij naarstig de archieven doorzocht om zoveel mogelijk gegevens over de historie van zijn dorp op te sporen.

Vast staat wel, dat Otterlo één van de oudste nederzettingen van ons land is en stellig meer dan 1100 jaren heeft bestaan. In het meseum te Leiden worden verschillende pijlspitsen, urnen enz. bewaard, welke zijn gevonden in Wekerom en Roekel en wijzen op een prae-historische bewoning van deze streken.

Waar nu Oud en Nieuw Reemst liggen hebben in de Romeinse tijd -dus nog ver voor 855- waarschijnlijk verschansingen gelegen. Het is niet onmogelijk, dat Claudius Civillius op de Mosselse heide zijn Germaanse stammen heeft verzameld om de Romeinen te verdrijven……

 

OTTERLOUN OF UTTERLO

Toch heeft het Otterlose comité, dat de herdenkingsfeesten voorbereid niet maar een slag in de lucht geslagen. Men heeft naar een uitgangspunt gezocht en dit gevonden in het “Charter-boek der Hertogen van Gelderland, graven van Zutphen enz. enz.”, waarin een uit 855 daterende schenkingsbrief voorkomt van een zekere Folckerus, die verscheidene bezittingen op de Veluwe, o.a. die, welke gelegen waren in sylvis Otterloun, aan het klooster in Werden (D) schonk.

Men had ook -maar dan was het voor een elfde eeuwfeest nu al te laat- kunnen aanknopen bij de oorkonde uit 836, waarin graaf Rodger aan de kerk van Sint Maarten te Utrecht een Otterlose hoeve schonk met de man, die er op woonde. Het was toen immers nog de tijd van horigen en lijfeigenen…..

 

DE AANSTOOT

Het is opmerkelijk dat wel in 855 wordt gesproken van het sylvis (bos) Otterloun en in 836 van Utterlo, maar dat later in oude kronieken en charters tevergeefs naar deze namen zal zoeken. Het dorpje heette vroeger de Aanstoot en het bos Otterloun vindt men dan ook op oude kaarten terug als het Aanstoter bos.

Een bevredigengd antwoord op de vraag, waar die naam “Aanstoot” vandaan komt is moeilijk te vinden. Afgaande op de letterlijke betekenis van het woord zou deze naam kunnen wijzen op het bestaan van een sterkte in vroeger eeuwen, waartegen eventuele vijanden het hoofd zouden stoten.

Er wordt ook wel beweerd, dat deze naam oorspronkelijk die van een herberg is geweest en men herinnert daarbij aan de nu nog bestaande gewoonte met iemand te “klinken” of “aan te stoten”.

Maar dat verhaal is vermoedelijk afkomstig van de bittertafel…..

In elk geval staat het wel vast, dat graaf Reinoud IV van Gelre bij Otterlo een jachtslot had, dat De Aanstoot heette. Hier ontving hij in 1412 zijn vroegere vijand Willem IV van Holland. De heren gingen samen op jacht, waartoe de woeste Veluwe hun ruimschoots de gelegenheid bood, temeer daar stroperij met de dood werd gestraft.

Tot aan 1600 zijn slechts weinig historische gegevens van Otterlo bekend.

Meester Engelen vond bij zijn speurtocht door de oude archieven nog één brief uit 1564, waarin Jacob Craenvelt uit Arnhem vergunning vroeg bij Otterlo 180 morgen heetland te mogen ontginnen. Zijn verzoek werd afgewezen, evenals dat in onze tijd, nu de ene planoloog de andere controleert, ook zou zijn gebeurd…..

 

VAN DELEN EN BROEKHUIZEN

 

Otterlo’s historie is voor een belangrijk gedeelte bepaald door twee oude geslachten, die hier hun bezittingen of woonsteden hadden. In het begin van de 17e eeuw woonde hier de families van Delen en Broekhuizen, eigenaars van de huizen Delen, Die Haeghe (Boveneind), Eschoten, Laar en De Ham in Harskamp. De bekendste vertegenwoordiger van dit geslacht was Everardus van Delen. Hij was ondermeer richter van Arnhem, burgemeester van Harderwijk en ambstjonker van Ede. Tijdens de Franse veroveringstocht in 1672 zwoer hij (waarschijnlijk noodgedwongen) de eed van trouw aan Lodewijk XIV. Dit werd hem later zeer kwalijk genomen, zodat hij zijn openbare functies verloor en in 1680 als een eenzaam burger overleed. Hij werd in de kerk begraven, maar zijn graf wordt niet door een steen gedekt. Wel treft men in de kerk nog een grafsteen aan van Judith van Broekhuizen die op 16 Mei 1673 overleed. In  die tijd heeft waarschijnlijk ook de Franse Berg in het Nationale Park zijn naam gekregen.

HISTORISCHE KERK

Evert van Delen schonk bij de verbouwing van de kerk in 1668 de met fraai snijwerk versierde kerkeraadsbanken en twee luidklokken. De kerk van Otterlo, die op de voorlopige lijst van Monumentenzorg staat, dateert uit de veertiende en vijftiende eeuw. Bij de verbouwing in 1668 werden schip en koor, die vroeger van elkaar gescheiden waren, overdekt met een houten zoldering. Het interieur van de kerk is in hoofdzaak merkwaardig door de reeds genoemde kerkeraadsbanken en het eikenhouten doophek. Ook de kansel en de koperen kronen dateren uit de zeventiende eeuw.

Het is jammer, dat de brand, die op Nieuwjaarsdag 1941 enkele uren na de kerkdienst uitbrak, juist het meest karakteristieke gedeelte van het kerkgebouw heeft vernield. Onder toezicht van Monumentenzorg kwam gelukkig spoedig de restauratie tot stand.

De pastorie stond oorspronkelijk aan het Boveneind nabij het huis Die Haeghe. In 1911 werd ze afgebroken en bij de kerk gebouwd.

Omstreeks 1580 had Otterlo enige tijd zowel een pastoor als een dominee. Lang heeft deze toestand niet geduurd, want in 1583 ging pastoor Andreas Oosterbeek over naar het hervormde geloof en sinds die tijd zijn alle kerkelijke twisten en troebelen aan Otterlo vrijwel ongemerkt voorbij gegaan. Men vindt er nog steeds één ongedeelde Ned. Hervormde Kerk en één openbare school met een uitgesproken christelijk karakter, in overeenstemming met de aard van de bevolking.

Van de vele predikanten, die Otterlo in de loop der jaren gediend hebben, zou nog wel het een en ander te vermelden zijn. Zo blijkt uit de archieven dat Jacobus Waelvin, die in 1597 door de bekende Arnhemse predikant Fontanus in zijn ambt bevestigd was, voor de Otterlose gemeente een grote teleurstelling werd. Deze geestelijke was een grote deugniet. Hij werd voor zijn wangedrag herhaaldelijk naar Arnhem ontboden, maar vertikte het eenvoudig om te gaan. Er wordt van hem verhaald, dat hij zelfs op zekere avond van kleding verwisselde met een militair en met hem gearmd onder invloed van sterke drank door het dorp laveerde. Hij werd tenslotte geschorst en afgezet.

Gelukkig is dit slechts een uitzondering. Onder de Otterlose predikanten treffen we ook de naam aan van Hermanus Broekhuyzen, die in 1861 naar Zuid Afrika emigreerde. Hij was de vader van de heer H.D. Broekhuyzen, die voor de oorlog een tiental jaren buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister was van de Unie van Zuid Afrika in Den Haag. Ds. Broekhuyzen was in Otterlo zeer bemind en dat geldt ook van zijn opvolger ds. Ploos van Amstel, die later in Friesland één van de voormannen van de doleantie zou worden.

 EEN SCHOOL VOOR F 400,00

In 1720 werd aan de Costerij te Otterlo een school gebouwd. Het metselwerk werd door Claes van Heerde uitgevoerd voor de somma van f 237,00 en Teunis Brouwer leverde het binnenwerk vvor slechts f 160,00

Van 1820 tot 1843 was Jan van de Hoef als onderwijzer aan deze school verbonden. Hij was de grootvader van Jan van Beek uit Harskamp. In 1843 werd hij opgevolgd door meester Colijn. Dit schijnt nogal een mannetjesputter te zijn geweest. Hij kreeg ruzie met ds. Ploos van Amstel en werd toen gedwongen te ruilen met meester Brummel uit De Valk. Daarna kwam meester Bouman naar Otterlo en deze werd in 1916 opgevolgd door zijn schoonzoon meester Engelen. Het huidige schoolgebouw dateert uit 1908.

 

TWAALF HUIZEN EN EEN KERK

Tegen het eind van de vorige eeuw telde Otterlo’s dorpskern slechts twaalf woningen. Daarvan zijn er nu nog vier over. De rest is bij de grote brand in 1899 verwoest of wegens bouwvallig-heid afgebroken. Daardoor kreeg de dorpskern geleidelijk een moderner aanzien, al is het eigelijke dorp nog steeds van bescheiden omvang.

De betekenis van Otterlo wordt dan ook voor een belangrijk gedeelte mede bepaald door de omliggende buurtschappen met hun nijvere boerenbevolking en in niet mindere mate door het ongerepte natuurschoon, waarmee het nog steeds is omringd.

Daardoor is Otterlo de laatste jaren een pensionplaats van betekenis geworden. Het landelijke dorpje met zijn prachtige omgeving oefent een grote aantrekkingskracht uit op de stedelingen, die er in hun vacantie op uit trekken. In het drukst van het seizoen treft men hier dan zo’n tweeduizend vreemdelingen aan. Het feit dat Otterlo de toegangspoort is tot het Nationale Park De Hoge Veluwe, oefent hierop mede een gunstige invloed uit.

 

STIJLVOLLE HERDENKING

 

Het programma voor de komende feesten is nagenoeg geheel in de historische en landelijke sfeer gehouden. Op het dorpsplein zal een monument worden onthuld, waarvoor ir. van Tuil de natuurstenen afstond, terwijl Wim Mulder er een mozaïk voor ontwierp. Er komt verder een historische optocht, een rundveefokdag en een springconcours, waaraan de landelijke ruiter uit Gelderland zullen deelnemen. Daarnaast zijn er diverse kinder- en volksspelen.

Ongetwijfeld zullen deze herdenkings feesten, die van 1 tot 3 September worden gehouden, tot ver buiten Otterlo belangstelling trekken. Een gereder aanleiding om eens met dit vriendelijke dorp kennis te maken is ook moeilijk te vinden!